De hekken van de galerij zijn hoog
voor de vrouw in brede jas en doeken
rond als Babouschka maar minder kleurig
ze bekwaamt zich in takija
de kunst van het verhullen
ze kijkt naar me op
wijst naar haar schouders voeten hoofd
-ai ai pijn
een zucht
de lippen in haar getaand gezicht
trekken moeizaam een hoek omhoog
ze is jonger dan ik maar eeuwen oud
en lijdt om de hiërogliefen uit mijn mond
ik glimlach en knik bekwaam mij
in het verhullen van mijn ongeduld
De hekken van de galerij zijn hoog