De tram, in natte en koude tijden een vast vervoermiddel voor mensen die reizen van ver west naar het centrum,is een uitgelezen plaats om anderen gade te slaan. Je beweegt je zonder uitkijken door het verkeer, komt veilig waar je zijn moet.
Een meisje zit in de tram, ze telefoneert luidruchtig. Ze huilt. Tranen en snot vegen haar gezicht zwart. Lange slierten haar plakken tegen haar wangen. Niemand kijkt naar haar want voor je het weet wordt je afgesnauwd of nog erger. Het is beter de bemoeienis aan anderen over te laten.
Reizen met het openbaar vervoer is een goede training om de spieren van je gezicht roerloos te houden en met starende ogen in de verte te kijken.
Je gedachten niet tonen maar waakzaam zijn vanuit de hoeken van je ogen.
Een lichte vorm van dissociatie, die je naarmate je ouder wordt steeds beter gaat beheersen, alsof je niet meer helemaal aan het leven in de stad wil deelnemen.
Een magere jongen stapt in. Hij telefoneert luidruchtig. Een voorgevormde baseball pet balanceert op zijn hoofd, een bleke spijkerbroek hangt laag op zijn heupen.
Het meisje kijkt naar de jongen, de jongen ziet het meisje.
Ze rukt zich met een heftige beweging omhoog. De telefoons klappen dicht.
De jongen zwenkt een kwart slag en en wringt zich, voor zover dat gaat, tussen de passagiers door, richting kaartjesverkoper om naar de achterkant van de tram te gaan. Het meisje duwt zich langs de benen van degene die naast haar zit en loopt achter hem aan.
Nu is het zaak het gezicht onbewogen te houden. Met het verstrijken der jaren verdwijnt het vermogen om je op te winden en daadkrachtig te zijn. Nee ik ben niet bang maar ik ben niet meer zo sterk, fragieler of ontken ik mijn angst met de dooddoener dat ik me nergens mee wil bemoeien.
De tram, in natte en koude tijden een vast vervoermiddel voor mensen die reizen van ver west naar het centrum,is een uitgelezen plaats om anderen gade te slaan. Je beweegt je zonder uitkijken door het verkeer, komt veilig waar je zijn moet.
Een meisje zit in de tram, ze telefoneert luidruchtig. Ze huilt. Tranen en snot vegen haar gezicht zwart. Lange slierten haar plakken tegen haar wangen. Niemand kijkt naar haar want voor je het weet wordt je afgesnauwd of nog erger. Het is beter de bemoeienis aan anderen over te laten.
Reizen met het openbaar vervoer is een goede training om de spieren van je gezicht roerloos te houden en met starende ogen in de verte te kijken.
Je gedachten niet tonen maar waakzaam zijn vanuit de hoeken van je ogen.
Een lichte vorm van dissociatie, die je naarmate je ouder wordt steeds beter gaat beheersen, alsof je niet meer helemaal aan het leven in de stad wil deelnemen.
Een magere jongen stapt in. Hij telefoneert luidruchtig. Een voorgevormde baseball pet balanceert op zijn hoofd, een bleke spijkerbroek hangt laag op zijn heupen.
Het meisje kijkt naar de jongen, de jongen ziet het meisje.
Ze rukt zich met een heftige beweging omhoog. De telefoons klappen dicht.
De jongen zwenkt een kwart slag en en wringt zich, voor zover dat gaat, tussen de passagiers door, richting kaartjesverkoper om naar de achterkant van de tram te gaan. Het meisje duwt zich langs de benen van degene die naast haar zit en loopt achter hem aan.
Nu is het zaak het gezicht onbewogen te houden. Met het verstrijken der jaren verdwijnt het vermogen om je op te winden en daadkrachtig te zijn. Nee ik ben niet bang maar ik ben niet meer zo sterk, fragieler of ontken ik mijn angst met de dooddoener dat ik me nergens mee wil bemoeien.
Ze duwt hem op een stoel, snel staat hij weer op. Ze duwt, hij staat op, ze duwt, hij staat op, ze duwt.
Een flits, een zwaai. Ze steekt naar hem. De kaartjesverkoper komt snel uit zijn glazen hok pakt haar arm. Ze is sneller een flits een zwaai zijn richting uit. Met verbaasde blik bekijkt hij zijn bebloede hand.
De jongen staat ze duwt hem terug haalt uit naar zijn hals.
Twee mannen pakken haar bij haar armen.
De deuren sluiten, In de verte klinken sirenes blauwe lichten verschijnen, en gaan pas weer open als voor iedere deur drie politieagenten staan.
Ze stormen naar binnen naar het meisje en de jongen, naar de andere passagiers. Vragen naar namen en adressen.
Ik wil mijn naam niet noemen wil anoniem verder rijden met de tram.