In het oosten in het zuiden in het westen
kozen wij ervoor zo licht te zijn
dat een toevallige stroom
- ademtocht van goden
ons optilde en meevoerde
naar onbekend gebied
Allemaal zijn we vreemdelingen. Bij het ouder worden verandert de wereld die wij niet meer kunnen bijhouden. Daarom klampen wij ons vast aan waarden en woorden die ons bekend zijn, maar onze kindskinderen verstaan wij niet meer.
de een kijkt naar de ander
in onze onverstaanbaarheid schenken wij elkaar
een hand
een lach
een maaltijd
Ik herken wel wat zij voelen de nieuw aangekomenen in dit vreemde land in deze vreemde taal taal en ook hun nazaten.
Ze willen bij elkaar wonen en hun eigen taal spreken, hun eigen gewoontes aanhouden en hun eigen religie beleven.
uit niet vermoede plaatsen kruipt oude schaamte
over mijn westerse naaktheid en herknoopt zich in mijn hoofd
tot vroege herinneringen aan kerk en plicht en reine maagden
zolang zijn wij nu hier dat onze
kinderen geboren volwassen geworden weer kinderen geboren
de overtuiging schutten van hun ouders
Ik wil dat ook, de vrijheid om te zijn wie ik ben, te leven zoals ik wil.
Hoe leef ik als lesbische vrouw in een islamitische gemeenschap.
Ik bekwaam mij in takija, de kunst van het verhullen.
onuitgesproken transformeer ik
snel mijn coming out
naar going in
Maar ze zijn zo aardig, mijn buren, voor een ouder wordende vrouw. Ze lachen naar me, vragen hoe het me gaat, accepteren dat ik een beste vriendin heb.
Vragen of ik bij ze langs kom. Ik trek me terug, ik kom weer terug.
ontheemd leef ik onder ontheemden