Regendruppels

Regendruppels striemen langs de ramen, vlakken zwart in laaghangende wolken.
De deuren openen, een stroom volgepakte tassen en karren rijdt
over tenen, botst tegen schenen om snel een plek te veroveren.

Wasem van natte jassen stijgt op tussen blauwe palen en neonlicht
als het voertuig -wilt u allemaal doorlopen- zich in beweging zet.
Ieder vermoeden van frisse lucht verdwijnt.
Vrouwen getooid met mutsen, hoofddoeken en plastic kapjes
wisselen vrolijk de laagste prijzen uit.

Barstige jongensstemmen verheffen zich traag, drukken op knoppen.
Koel kijken ze neer op de bedekte hoofden, trekken hun rafelige broekspijpen
op van de grond met een nonchalante beweging van heupen en handen.
Hun boventoon gesmoord stappen ze uit.

Een vrouw balanceert, rugzak en tassen verdeeld over gestrekte armen.
De dunne huid ligt strak om de botten van haar gezicht,
de lippen, teruggetrokken, laten haar tanden vrij.
Roofdier klaar voor een aanval.

Ze zet haar tassen op een aangeboden stoel en zoekt
met zwaaiend lichaam in haar zakken.
-Gaat u zitten mevrouw, als u valt breekt u iets, hoe oud bent u
zegt de man in het glazen hok
Ze duwt handen weg die haar willen ondersteunen
-Ik ben vijfennegentig, ik zoek mijn kaartje
-U betaalt al zo lang u hoeft niet meer te betalen

Alleen het geluid van de wielen klinkt nog
en het ademen van de kaartenstempelaar in de microfoon.
Haar stem klinkt ijl maar duidelijk
-Ik ben zo oud geworden omdat ik altijd alles zelf heb gedaan.

Ze schikt haar tassen in beide handen, schuifelt voetje voor voetje naar de deur,
stapt naar buiten nagestaard tot de deur sluit.
De wagen vertrekt en iedereen ademt weer en praat.

Geef ons nu—>

Reacties zijn gesloten.