|
|
|
De grote rode zon hangt grijs omkadert en werpt zijn valse licht zonder schaduwen Jij hebt je blauwe ogen dicht Hij wacht geduldig in de witte lucht laat zich niet doven door jouw maangezicht |
De sporen van ons lied zuchten in adagio een sluipweg door een dwaaltuin Jij waant je ongezien Flarden wit licht waaien in de horizon een krijgsdans voor de grote rode zon- |
| sluit venster |